Ga naar:

foto

Coda-G4

Van 1 februari 2010 tot 1 mei 2015

Status: In uitvoering
Medewerkers

Het onderzoek wordt gezamenlijk uitgevoerd door Impuls van het Radboudumc en onderzoeksbureau IVO.


Impuls, Radboudumc:

Projectleider:  Dr. Sandra Boersma

Onderzoeker: Jorien van der Laan, MSc 

Promotor: Prof. dr. Judith Wolf 


IVO:

Projectleider:  Dr. Gerda Rodenburg
Onderzoeker: Drs. Barbara van Straaten

Promotor: Prof. dr. Dike van de Mheen

Projectbeschrijving

De Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) is een grootschalig en meerjarig onderzoek naar dakloze mensen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. In totaal worden 500 mensen die instromen via de centrale loketten voor daklozen drie jaar lang gevolgd. We onderzoeken wat hun behoeften en wensen wat betreft zorg zijn, en hoe het met hen gaat op verschillende leefgebieden.


Meer informatie over de studie, resultaten en andere zaken zijn terug te vinden op onze speciale website: www.codag4.nl. Hier kunt u zich ook inschrijven voor de nieuwsbrief over deze studie.

Doelen
  • Bepalen van de behoeften en wensen van dakloze personen met een persoonsgerichte aanpak, in relatie tot hun achtergrond en problemen.
  • Bepalen van verbeteringen in de objectieve en subjectieve kwaliteit van leven in de populatie daklozen, en van de voorspellers van veranderingen in ervaren levenskwaliteit.
  • Bepalen van de transities in soorten onderdak en van de voorspellers van huisvesting.

Onderzoeksvragen

Aanleiding voor dit onderzoek is het in 2006 gestarte Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang (PvA MO) in de vier grote steden voor het terugdringen en voorkomen van dakloosheid. In dit plan is tussen de G4 en het Rijk overeengekomen dat op 1 januari 2010 in totaal 10.000 feitelijk en residentieel daklozen (daklozen die in maatschappelijke opvangvoorzieningen verblijven) zorg op maat hebben in de vorm van een individueel traject. Concrete inzet is om bij daklozen te komen tot verbeteringen in hun situatie door stabiele huisvesting, zinvolle dagbesteding, een geregeld inkomen en contacten met de zorg. Deze eerste fase van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang was succesvol; sinds 2006 zijn 9.800 dak- en thuislozen van straat gehaald (persbericht Min. VWS, februari 2010). De tweede fase van dit plan loopt tot en met 2014. 


De informatie die uit het onderzoek naar voren komt, zal gebruikt worden voor het verder ontwikkelen van het methodisch werken met groepen daklozen en de ontwikkeling en evaluatie van het grootstedelijk beleid betreffende de terugdringing en preventie van dakloosheid. 

Belangrijk uitgangspunt van de cohortstudie is dat alle deelnemers in 2011 voldeden aan de toelatingscriteria van een individueel traject. Met de resultaten van de studie kunnen uitspraken gedaan worden over het perspectief van dakloze mensen sinds hun aanmelding bij de maatschappelijk opvang. Daarnaast wordt bekeken welke transities in soorten onderdak zich bij de daklozen voordoen in de onderzoeksperiode, en wat voorspellers zijn van een verbeterde subjectieve levenskwaliteit en van stabiele huisvesting. Tot slot is dit onderzoek er ook in het bijzonder op gericht vast te stellen wat behoeften en wensen zijn van daklozen zelf op het gebied van wonen en hulpverlening. 


Projectactiviteiten

Ruim 500 dakloze mensen, verdeeld over de vier grote steden, worden twee en een half jaar lang gevolgd. Dit zijn dakloze mensen die in 2011 gestart zijn met een persoonsgericht traject. Er worden op vier momenten interviews bij hen afgenomen, waarbij gebruik zal worden gemaakt van diverse gevalideerde vragenlijsten. Ten tijde van de tweede meting wordt de meest betrokken hulpverlener van een deelnemer eveneens gevraagd naar hun perspectief op de situatie van zijn of haar cliŰnt. Ter aanvulling zullen na afloop van de vierde meting bij een aantal deelnemers nog kwalitatieve interviews worden gehouden. Ook het perspectief van hulpverleners wordt hierin weer meegenomen.

Samenwerkingspartners

De dataverzameling in Amsterdam en Utrecht wordt geco÷rdineerd door Impuls en de dataverzameling in Rotterdam en Den Haag wordt geco÷rdineerd door het IVO.

Financiering

Het onderzoek wordt gefinancierd door het Ministerie van VWS, Directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO)

Proefschrift
Ja
« Terug